dinsdag 27 juli 2010

Zeearenden en meer…; ja meer

Afgelopen week weer voor overleg naar Mecklenburg geweest waar ik het ‘Zeearenden en meer’ project heb lopen. Binnen dit project kun je als natuurfotograaf van unieke mogelijkheden gebruik maken om zeearenden en andere vogels vanuit een boot en schuilhutten te fotograferen. We hebben plannen gemaakt voor twee nieuwe hutten waaronder een geheel nieuwe, verrassende, mogelijkheid waarover ik binnenkort hoop te berichten.
Om het aangename met het nuttige te combineren ben ik zelf ook nog een paar keer bij Fred in de boot gestapt en wat plaatjes gemaakt. Hoe vaker ik met hem mee ga hoe meer respect ik voor zijn manier van omgang met de vogels hier krijg. Dat de zeearend hem volledig vertrouwd en keurig vlak naast de boot zijn vis komt halen wisten we natuurlijk al en ook dat hem dit kunstje inmiddels ook met de rode- en zwarte wouw lukt. Toch had ik dit laatste zelf nog niet mee mogen maken dus daar moest maar eens verandering in komen.





In de avonduren trokken we er op uit. De vogels houden zich op in de bossen rond een schitterend en kraakhelder meer maar je ziet ze niet. Tot Fred een paar keer fluit en roept. Twee, soms drie rode- en zwarte wouwen komen uit het bos richting boot gevlogen en wieken op tientallen meters hoogte boven ons. Zodra Fred een vis zo’n 15 meter van de boot af in het water gooit komen de vogels met een noodgang naar beneden. Ongelooflijk wat gaat dit snel. Halverwege hun duikvlucht naar beneden maken ze een tuimeling om zo van vliegrichting te veranderen. Dit was het meest lastige punt van het fotograferen. Als ik er in slaagde na dit moment de vogel nog in mijn zoeker te hebben had ik een kans van slagen. Het lukte me een keer naar tevredenheid en ik kan je vertellen dat er een voldaan gevoel door je lichaam jaagt als je vervolgens op je lcd scherm ziet dat er toch een geslaagde plaat tussen zit.



Het lijkt allemaal zo simpel; Fred fluit even een deuntje en de vogels komen er aan. Maar de praktijk is oh zo anders. Elk jaar vanaf het moment dat deze vogels teruggekeerd zijn van hun winterverblijf trekt Fred er avond aan avond op uit om te oefenen en zo het vertrouwen van deze dieren te winnen. Ongelooflijk veel tijd gaat hier in zitten; als fotograaf ben je geneigd dat nog wel eens te vergeten. Daarnaast bouwt Fred al jaren kunsthorsten voor vis- en zeearenden; een activiteit waar hij in Duitsland enige bekendheid en respect door kreeg. Hij bouwde vele nestkasten voor brilduikers die nu aan de rand van de meren hangen; niet voor de fotografen maar voor de vogels. In de tussentijd doet hij zijn best om de jachtwereld, waar hij niet bepaald een fan van is, te overtuigen van het belang op een verbod op het schieten van loodhoudende hagel. Daar maakt hij niet altijd vrienden mee. Het zijn zo van die aspecten die wij als fotografen niet aan hem merken en ons soms een wat eenzijdig beeld van hem geven. Ik weet inmiddels wel beter; Fred is een natuurmens pur sang!



Wie een keer kennis met hem en zijn fotomogelijkheden wil maken kijkt even bij mijn reizenaanbod onder ‘Zeearenden en meer…’. In oktober staat er een kleinschalige groepsreis op het programma waar nog enkele plaatsen voor beschikbaar zijn. Tijdens deze reis gaan we zowel vanuit de boot als vanuit schuilhutten fotograferen en genieten we van het dan overweldigende herfstlandschap hier.
Meer foto's van mijn laatste bezoek staan op mijn website.

zondag 18 juli 2010

Nog een keer de zwarte sterns

Om het af te leren ben ik samen met Rick Tibbe nog even terug gegaan naar de Wieden voor de zwarte sterns. Ik hoopte dat er nog wat kuikens op de plompbladeren zouden zitten en ik was erg benieuwd of en welke schade het zware weer van de afgelopen week aangericht zou hebben. Voor het mooie licht gingen we pas in de avond varen. In eerste instantie viel het tegen en dreigde het uit te lopen op een avondje varen zonder noemenswaardige foto’s te maken. De kolonies waren leeg en er vlogen nog slechts enkele sterns boven ons. De vogels beginnen hun broedkleed al aardig kwijt te raken. Na zo’n twee uur gevaren te hebben zien we beiden plots twee kleine kuikens op een van de kunstvlotjes zitten. Ongelooflijk want zulke kleine jongen had ik al helemaal niet meer verwacht. Op gepaste afstand en in alle rust laten we de vogels aan ons wennen en waren we getuige van een paar vreselijk boeiende voersessies. Het vormde een mooi afsluiting van meerder bezoeken aan dit mooie gebied.
Hier een aantal van de foto’s; de hele serie staat inmiddels op mijn website.







Zeevogelreizen 2010

Het is inmiddels weer zo’n twee weken terug maar de zeevogelreizen naar het gresgebied van Engeland en Schotland zitten er weer op. Met twee keer negen mensen bezochten we twee van de Farne eilanden en het beroemde Bass Rock.





Door het goede weer konden alle tochten doorgaan en konden we zelfs nog twee extra eilandbezoeken bij aan het programma toevoegen. Op de Farne eilanden was het weer een komen en gaan van noordse- en grote sterns, alken, zeekoeten, kuifaalscholvers, drieteenmeeuwen en natuurlijk als klapper de clowneske papegaaiduikers. Tussen de bedrijven door kon ik zelf ook nog het nodige fotograferen en was ik blij eindelijk het beoogde beeld te kunnen maken van een papegaaiduiker die op zijn hielen wordt gezeten door een zilvermeeuw. Het is een bekend gedrag dat de meeuwen hier hun uiterste best doen om de visjes van de papegaaiduikers af te pakken maar het gaat zo vreselijk snel dat het fotograferen daarvan schier onmogelijk lijkt.
Ik heb mijn foto’s van de eerste week alleen nog ter plaatse op de laptop kunnen bewerken dus de perfecte afwerking zullen ze nog niet hebben. Toch wil ik jullie niet langer laten wachten en al vast wat laten zien. Later zal ik wat uitgebreider het een en ander laten zien.















Rest mij nog de deelnemers van beide weken te bedanken voor hun deelname; jullie waren twee geweldige groepen! De voorbereiding voor de reizen van volgend jaar zijn reeds begonnen dus wie belangstelling heeft abonneert zich het best even op mijn nieuwsbrief om zo als eerste op de hoogte te zijn van de aankondiging.